Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

De rol van een verkennings regiment (“Scouts” verkenners) is het vergaren van juiste tactische informatie over de vijand en omgeving in alle fases van een oorlog en dit snel door te geven aan het hogere commando.

Een Reconnaissance Corps, "Recce" gebruikte snelle en krachtige pantservoertuigen als verkenningswagens die zowel helemaal als voor de helft met rupsbanden waren uitgerust.

 

Het boek "The Scottish Lion on Patrol" handelt over de veldtocht van het "15th Scottish Reconnaissance Regiment" van 1943-1946.

Het volgende word hierin beschreven, betrekking hebbende op Moergestel en Oisterwijk;

 

 

Nadat we Oirschot achter ons gelaten hadden kregen we de opdracht om ons te concentreren op de lijn Oirschot-Moergestel. "Voorwaarts, naar Moergestel, maar niet verder!" Wat vervelend om zo aan banden gelegd te worden! Helemaal onze stijl niet", schrijft luitenant Peterson.

Het 5e peloton kreeg gezelschap van de carriers van het 6e peloton onder commando van sergeant "Brewey" Reeves en een mortier van 3 inches en een carrier onder bevel van korporaal Townsend. We zette onze opmars voort, zonder dat er zich onderweg iets belangrijks aandiende. Dit kan zo niet blijven, was onze stellige gedachte. Waar verschuilt zich de mof vandaag? Het eerste teken, dat hij in de buurt kon zijn, werd opgevangen door sergeant Grice, toen de voorste wagen een kleine houten brug bereikte bij een watermolen (Spoordonk). Eén kant van de brug was zwaar beschadigd. Het zag er naar uit alsof de vijand de brug had willen opblazen, maar daarvoor onvoldoende tijd had gehad. Of was dit een list om te voorkomen dat zwaar geschut ons kon bereiken? Aan de linker kant leek de brug veilig. De twijfels hielden op te bestaan toen de eerste wagen veilig en wel de overkant bereikte. Wij gingen verder met dubbele waakzaamheid en een paar minuten later zag sergeant Grice, toen hij een linker bocht genomen had, Duitsers bewegen in een lang smal bos aan de linker kant van de weg, ongeveer 150 meter vooruit. Nog meer Duitsers hielden zich op in de omgeving van een schuurtje, helemaal tegen het bos aan. "Trooper" Simmons haalde de trekker over van zijn machinegeweer.

De boodschap via de veldtelefoon luidde: "Contact - wacht - sluiten." De pret kon beginnen. Deze keer was het een éénrichting-verkeer.

 

Het plan van het peloton om de carriers in een boog naar de linker flank te sturen en van daaruit het bos met de mortier van 3 inches te beschieten, werd niet nodig geacht. De Duitsers werden volledig verrast en op een of andere manier buiten gevecht gesteld. De uiteindelijke "buit" bedroeg acht gevangenen en vijf doden. De eerste twee gaven zich snel over, nadat er van alle kanten over de hele lengte van het bosje op hen gevuurd werd. Eén Duitser, nog een jongen, was zwaar gewond, maar de andere was ongedeerd en bereid om mee te werken, hetgeen mogelijk een relatie had met de druk van een pistool in zijn rug. Hij riep naar degenen die nog in het bos zaten om zich over te geven. Er gebeurde niets, zodat de machinegeweren opnieuw ratelden. Deze vertoning herhaalde zich - afwisselend roepen en vuren, totdat er nog eens vier gevangenen uit kwamen. Daarop besloot de pelotonscommandant met sergeant Baldwin en de Duitser die wilde meewerken het bos in te gaan alwaar de laatste twee Duitsers zichzelf overgaven in plaats van te vuren met hun machinegeweer en de bazooka waarover zij de beschikking hadden. Ze werden gevangen genomen.

We kwamen onder granaat- en mortiervuur te liggen, dat zo nauwkeurig terecht kwam dat we konden concluderen dat we in de gaten gehouden werden, waarschijnlijk vanaf de hoge akker aan de andere kant van de lange rechte weg voor ons. We trokken ons terug achter de bocht en gaven een gedetailleerd verslag van onze positie aan het groepscommando. Het begon avond te worden en aangezien we verder gekomen waren dan de infanterie verwacht had te kunnen afleggen kregen we het bevel ons terug te trekken achter de beschadigde brug bij de watermolen (Spoordonk). Het vooruitzicht om ons hier voor de nacht te moeten ingraven trok ons niet al te erg aan. We waren dankbaar toen de kolonel verscheen en ons opgewekt verraste met het nieuws dat hij aangedrongen had op onze aflossing en voor infanterie gezorgd had die naar de carriers van het 2e peloton gebracht zou worden. Die Schotten waren voor ons een welkome "verschijning". We lieten onze half gegraven smalle loopgraven voor wat ze waren en gingen terug naar Oirschot voor een warme maaltijd en slaap. We trokken die nacht in een schoolgebouw. We zouden zelfs staandebeens hebben kunnen slapen!

 

De orders voor de volgende dag, de 25ste oktober, waren, dat luitenant Leppard de opmars naar Tilburg zou leiden met de pelotons 1 en 2. De pelotons 3 en 4 van de B-compagnie zouden onder bevel komen van de luitenants Jenkins en Gillings en zouden de wegen ter rechter zijde voor hun rekening nemen. De pelotons 5 en 6 werden in reserve gehouden en het peloton van luitenant Risco, dat van de C-compagnie "geleend" was, zou de linker flank bij het kanaal verkennen. Het was die woensdagochtend mistig, zo mistig, dat luitenant Leppard moest wachten tot het weer enigszins opklaarde. Nadat hij vertrokken was werd het commandovoertuig een informatie-bureau waaromheen verbindingsofficieren van de infanterie, de 6e Guards Armoured Brigade en de kanonniers zich verdrongen om te luisteren naar de doorgegeven verslagen van zijn vorderingen. De toestand van de wegen scheen goed te zijn. Het hoofdkwartier en de reservetroepen verplaatsten zich tot bij de beschadigde brug, die overigens al door de Royal Engineers gemaakt was, zodat de Churchill-tanks konden passeren. Luitenant Leppard was al voorbij het bos, waar de avond tevoren de eenzijdige beschieting had plaatsgevonden en nog was alles rustig. De troepen op de flanken kwamen mijnen tegen, maar er lagen er geen op de hoofdweg. De melding "contact" van peloton 1 zorgde bij het hoofdkwartier voor onmiddellijke aandacht.

 

Het peloton had ongeveer tweederde van de weg naar Moergestel afgelegd toen vanaf korte afstand door een anti-tank kanon vier schoten van links afgevuurd werden. Het zicht was nog steeds erbarmelijk en alle schoten misten de voorste wagen, maar toen deze omdraaide kwam hij in de sloot terecht en vanaf dat ogenblik was hij buiten werking gesteld. De bemanning kon er ongedeerd uit kruipen. Toen luitenant Leppard, die de carriers van het 2e peloton als basis op de hoofdweg achterliet, met een omtrekkende beweging de tegenstand aan de linkerzijde probeerde uit te schakelen, eiste de zachte grond zijn "onbehouwen" Staghound (pantserauto) en een tweede wagen op, zodat hij nog maar één Humber kon inzetten. Men kan zich maar al te best herinnerd hoe Majoor Gordon over Staghounds dacht en zijn uitspraken dienaangaande voor wat betreft hun toekomst!

Op hoog niveau werd daarop besloten om de aanval in te zetten met de infanterie en de Churchill-tanks van de 6th Guards Armoured Brigade. De uitgedunde strijdkracht van Luitenant Leppard werd met het 5e peloton versterkt en de infanterie kwam op tanks aangereden, klaar om vanuit de rechter flank een grootscheepse aanval in te zetten op de positie van het anti-tank kanon. Maar luitenant Leppard had geluiden gehoord van naderende tanks en ofschoon hij niet in staat was te zien wat er in de mist gebeurde, was hij ervan overtuigd dat het kanon vertrokken was, nadat hij zijn peloton in gevechtspositie gebracht had. Wij konden afgaan op zijn ingeving of toelaten dat een aanval vertraagd zou worden, die zelfs nergens op gericht zou zijn. We besloten de gok te wagen en meldden dit aan de voorste Churchill-tanks, aan het hoofdkwartier van het bataljon en aan de verbindingsofficier die in contact stond met de Scots Guards. De aanval werd afgeblazen. Gevolgd door luitenant Leppard in zijn enige wagen en de carriers van peloton 2, gingen de wagens van het 5e peloton de weg af in de richting van wat een "leeg" kanonsnest zou zijn geweest of een bemande kanonsstelling. We passeerden het voertuig, dat in de sloot terecht was gekomen en ontmoette geen enkele vorm van tegenstand. We waren spoedig in Moergestel, alleen maar om tot de ontdekking te komen dat de brug over het snelstromende riviertje was opgeblazen. De dingen volgden elkaar snel op. De tanks dreunden en schokten over de weg achter ons. Majoor Gordon, die enorm opgewekt was en in zijn beste "voorwaarts"-stemming verkeerde, verscheen uit het niets en iedereen had de gedachten vol over "Nu op naar Tilburg!" Het had er alle schijn van dat er een weddenschap afgesloten was over wie het eerst over het riviertje was en er het eerst zou zijn. De leider van het eskadron Scots Guards, luitenant Archie Fletcher, maakte een eind aan die speculaties en gaf opdracht om een Churchill-tank in het riviertje te rijden. Hij bleef steken en wees met de achterzijde de lucht in. Er werd via de radio een schaarbrug opgeroepen en de 5 en 6 pelotons waren het eerst aan de overkant, doch kregen de opdracht niet naar Tilburg te gaan, maar de rest van Moergestel te verkennen en rechtsaf naar de brug in Oisterwijk op te trekken en, indien mogelijk, naar de wegen verderop. Vanaf de splitsing Oisterwijkseweg-Tilburgseweg ontwaarde men in de richting van Oisterwijk een Duitse soldaat op de fiets, die blijkbaar ook op verkenning was en zijn superieuren op de hoogte wilde stellen van de opmars van de Schotten. Simmo sprong van de brencarrier af, knielde op het wegdek, richtte zijn geweer en met één schot raakte hij de Duitse soldaat zodanig, dat die met zijn fiets zwalkte en voor een huis over de heg dood neerviel.

 

De volgende text ter info door auteur Van der Linden; ((Het ging hier om Gerhard Robel, geboren op 04-12-1926, Rang: Grenadier. Een Nederlandse getuige verklaarde ooi; “Er kwam een Duitser aangefietst, vanuit de richting Oisterwijk. De Engelsen zaten inmiddels al op de hoek bij Pierre Timmermans. De Duitser was kennelijk bij een verkenningseenheid, want hij had een zendapparaat achter op zijn fiets. Hij haalde een appel uit zijn zak, wreef die een paar keer over zijn broek zuiver en bracht hem naar zijn mond om erin te bijten. Mensen op de Oisterwijkseweg maakten hem zelfs kenbaar om maar om te draaien. Een Engelse "sniper" knielde op de weg en schoot hem dwars door zijn hoofd. De fiets met berijder zwalkte even op en neer en de Duitser viel bij Willem de Laat over de heg."
Deze Duitse militair werd door de Geallieerden begraven op de r.k. begraafplaats te Moergestel en is op 22-01-1957 opgegraven en overgebracht naar het kerkhof "IJsselsteijn", gemeente Venray. Vak AK, rij 10, grafnr. 246))

 

Op aanwijzen van omstanders trok een brencarrier naar het Stokeind, waar in een bakhuisje zich nog enkele Duitsers verschanst hadden.

Sergeant Grice, die voorop ging, zette er flink de pas in. Voor ons uit lag een dicht bos, hetgeen niet bepaald een prettig vooruitzicht was. De voertuigen reden met grote snelheden over de weg. Naast de weg zagen we betonnen bunkers en we zagen figuren tussen de bomen bewegen toen we voorbij flitsten. Maar de Duitsers waren verrast; er was geen verzet. Toen we uit de bossen vandaan kwamen, zagen we voor ons uit de kerktoren van Oisterwijk opdoemen met links van ons een open veld en rechts een lange rij huizen die bescherming boden tegen een observatiepost van rechts. Enkele honderden meters verderop, waar volgens onze kaarten een brug over het riviertje lag, lagen grote bomen dwars over de weg en de takken en bladeren ervan belemmerden ons het uitzicht. Sergeant Baldwin en sergeant Grice gingen met hun voertuigen voorop en meldden, dat de brug in het riviertje was gevallen. Toen er twee carriers naar voren gingen om te proberen de bomen weg te slepen, werden er van de andere kant van het riviertje lange stoten afgevuurd met machinegeweren. Een tweede poging bracht zelfs meer vuurkracht teweeg, vergezeld van granaten. De carriers werden teruggetrokken en het peloton ging in dekking, met de andere kant van de rivier in de gaten houdend en de machinegeweren afvurend in de richting waar mitrailleursnesten verondersteld werden. Het granaatvuur nam in hevigheid toe. Het was duidelijk dat er 88 mm-kanonnen werden gebruikt, en alles wees erop dat de vijand van plan was achter de rivier stand te houden.

 

Toen we via de radio lieten weten hoe de toestand was, kon kapitein Boynton, die het bericht als eerste ontving, het nauwelijks geloven; hij kon niet geloven dat wij in zo'n korte tijd zo ver gekomen waren; hij dacht, dat wij de verkeerde kaart gebruikten en zeker een bruggetje bedoelden, dat wij ergens in de buitenwijken van Moergestel ongemerkt gepasseerd moesten hebben. Het deed ons goed te vernemen dat hij erg ingenomen was toen wij hem ervan overtuigd hadden dat we "goed" zaten. We kregen opdracht ons terug te trekken in de richting van de bossen van Moergestel en toen we op weg gingen gierde er een granaat over de achterkant van de wagen van de pelotonscommandant, landde in de berm op ongeveer twee meter afstand, en bedekte het voertuig met een regen van aardkluiten en stenen. Op de terugweg kreeg "trooper" Simmons een hevige aanval van diarree, maar het bos was niet bepaald een plaats om zich te verpozen en evenmin een plek om er met je broek naar beneden te grazen genomen te worden. Hij moest dus lijden, niet in stilte overigens, totdat de wagens bij een splitsing van een weg bij de bossen van Moergestel tot stilstand kwamen. Hij begon van de geschutskoepel af te klauteren, maar viel een seconde later weer terug in de wagen, getroffen in de borst door de kogel van een scherpschutter. Deze toevalstreffer stelde Simmo buiten gevecht tot maart 1945. Het peloton treurde om zijn afwezigheid.

Het leek slechts een kwestie van minuten voor wij allerlei ondersteunende wapens langs ons zagen trekken in de richting van Oisterwijk. Wij kregen van majoor Gordon zijn beroemde boodschap, voortreffelijk gecodeerd: "De grote zonnestraal is hier geweest en is zeer verheugd. Ik bedoel de lange Zonnestraal, de langste en schraalste zonnestraal van allemaal. Goed gedaan." Naderhand hoorden we, dat de "lange zonnestraal", Generaal-Majoor Barber, naast de jeep van Majoor Gordon had gestaan waarvandaan de boodschap uitgezonden was, terwijl de majoor geen weet had gehad van de aanwezigheid van Barber."

The Scottich Lion on Patrol

Het verkennings regiment van de 15e Schotse Divisie
The Scottish Lion on Patrol eng