Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

Op een morgen tijdens het lange wachten op de aankomst van onze bevrijders vonden mijn vriend Leo en ik een onwaarschijnlijke groep geallieerden. We werden hun vrienden en mede samenzweerders.

 

Vader had me verteld dat de geallieerden snel zouden komen om ons te bevrijden. In zijn gedachten betekende dat Canadezen, Amerikanen en Britse soldaten. Maar mijn eerste geallieerden waren lange mannen uit een mysterieus en ver land.

 

Vroeg die ochtend brachten lange stoffige wagens, getrokken door enorme paarden een groep van ongeveer dertig zeer lange, zeer donkere mannen tot op een paar meter van ons huis. Ze spraken een vreemde taal wat zeker geen Duits was. Leo en ik keken naar hen vanuit de donkere struiken langs de weg. Ze glimlachte naar ons. En wat voor een glimlach! Ze hadden zwarte ogen en bijna allen hadden minstens één gouden tand die schitterende als een miniatuur zon, een aantal had er zelfs meer dan één!

Eén man had een hele mond vol van deze gouden tanden. We waren positief betoverd.

 

 

 

 

 

 

 

Ruski, Ruski, Papirossa!

Herinneringen van Kees vanderheyden

 

Het was duidelijk dat deze mannen krijgsgevangenen waren. Duitse soldaten, wapens gereed, bewaakte hen oplettend terwijl ze keurige, diepe, nette, ronde gaten groeven langs de hoofdweg naar het dorp. Deze gaten zouden worden gebruikt om Duitse soldaten in te laten schuilen met hun machinegeweren tijdens de laatste gevechten met de geallieerden. Natuurlijk schaarde Leo en ik ons stevig aan de kant van de gevangenen. Immers, we waren aan de genade van de Duitsers overgeleverd. Er was niet veel wat we voor hen konden doen, behalve naar ze te zwaaien om onze vriendschap te tonen. Een verborgen groet, een knipoog, het werd altijd beloond door een flits van hun sprankelende tanden.

 

In eerste instantie observeerde we de gevangenen zonder te spreken terwijl ze aan het werk waren met hun grote schoppen of rustig rookte tijdens hun korte pauzes. Ze knipoogde terug en stuurde ons de keelklank van goede dag uit een andere wereld. Deze bruin getinte mannen leken meer op de Mongoolse strijders die ik op foto’s had gezien in mijn schoolboeken. Hoe dan ook moesten ze rijk zijn om gouden tanden te hebben.

 

Beetje bij beetje kropen Leo en ik stiekem een beetje dichter bij onze geallieerden, en op een ochtend waren we in staat een paar woorden tot hen te spreken. "Goedemorgen. Waar kom je vandaan?"

 

De mannen glimlachte ons toe, schouderophalend op hetzelfde moment als om te zeggen: "Ik begrijp het niet."

 

“Ik Nederlands Nederlands!”

 

Ze moesten stiekem lachen en wezen naar één uit hun groep: “Ruski! Ruski!”

 

Dit was een buitenlands woord, maar het leek op het Nederlandse woord “Rus”. Het moeten Russen zijn. Russische gevangenen, ver van hun familie die gaten graven voor de vijand. Toen ze stopten voor een sigaret bood één van de Russische mannen mij er één aan. "Papirossa, papirossa"

 

Dat moet het woord voor “sigaret” in het Russisch zijn. Ik was er trots op om zo’n waardevol geschenk te krijgen van mijn geheime vriend, al was het me niet toegestaan om te roken.

"Ruski dank u zeer."

 

De gouden tanden flitste een glorieuze glimlach. De enigste sigaretten waar Leo en ik enige ervaring mee hadden waren diegene die we zelf rolde door bladeren van een lindeboom te gebruiken, en van die werden we altijd misselijk. Eigenlijk waren de Russische sigaretten niet veel beter: de tabak was zwart en de smaak bitter. De dikke rook verstikte ons, maar we rookte dapper door tot we ons kleine beetje sigaret op hadden. Het gaf ons het gevoel dichter bij onze gevangen vrienden te zijn en sterker te worden, net als zij.

 

Elke ochtend wachtte we op onze bondgenoten, en elke ochtend speelde zich hetzelfde ritueel af tussen de graafwerkzaamheden door.

 

“Goedemorgen Ruski!”

 

We werden brutaler en brutaler tot het bedelen om de zwarte "Ruski, Ruski papirossa" sigaretten aan toe en we rookten in vriendschap verstopt achterin mijn vriend Leo's tuin. Tot de Russen verdwenen. Zouden ze in staat zijn om terug te keren naar hun eigen land? Zouden we ze weer zien als de Duitsers eindelijk werden verslagen en er weer vrede in ons land kwam? Ondertussen leken onze ochtenden leeg en verdrietig.

Informatie over “War and Peace in My Backyard”

 

Ruski, Ruski, Papirossa!