Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

Pierre Gallay aan het woord in 1944

krant 1
krant 2

In deze Franse krant werd een interview gepubliceerd met Michel Brunschwig, de groepscommandant van Pierre Gallay en Pierre Gallay zelf.

Naar aanleiding van dit verhaal heb ik als kenner van de stad Tilburg het vermoeden dat de omschreven aanval op een voertuig, waarschijnlijk een Duits voertuig, zich afspeelde bij de oude dubbele spoorbruggen over het Wilhelminakanaal in Tilburg.

Het voertuig kan één van de twee dichtbij zijnde kanaalbruggen overgestoken zijn, namelijk die bij de Boscheweg of Oisterwijksebaan.

De Spitfire’s zette hun eerste aanval in van Noord naar Zuid wat er dus op duid dat ze de aanval inzette vanuit de richting van de kanaalbrug bij de Boscheweg .

Pierre Gallay werd tijdens deze aanval door Duits luchtafweer ter hoogte van de spoorbruggen geraakt en is vervolgens dalend richting Oisterwijk gevlogen waar hij op de Oisterwijksebaan zijn noodlanding heeft moeten maken.

 

 

Niet duidelijk is aan welke kant van het kanaal hun doel reed, of welke kanaalbrug het overstak, maar mogelijk was het wel om aan beide zijden de oever van het kanaal te volgen tot aan de bruggen.

Om de eerste aanval na een linker draai over Noord-Zuid in te kunnen zetten zullen de Spitfire’s wellicht het kanaal vanaf de richting van de oude Eindhovenseweg gevolgd hebben tot dat hun ‘prooi’ gesignaleerd werd.

 

 

VERTALING VAN DE KRANT:

 

Het was Oktober 1944 toen het gebeurde.

De groep “Alsace” (Elzas) had de opdracht gekregen Duitse communicatie lijnen aan te vallen tussen Breda en Tilburg.

 

 

Een tijd lang volgde piloot Michel Brunschwig met Spitfire, Yellow 2 (callsign), piloot Pierre Gallay met Spitfire, Yellow 1.

Onbedachtzaam vlogen ze door het luchtruim uitkijkend op koeien in het veld met af en toe een hooiwagen of fietser op de weg.

Het is rustig in het luchtruim.

Als er plots een Focke-Wulf zou opduiken zou de verassing groot zijn, maar er is geen Focke-Wulf.

De ogen zoeken de weg af op zoek naar een doel.

Een gecamoufleerd Duits voertuig bijvoorbeeld, om die dan vervolgens in brand te schieten.

Maar er is geen Duits voertuig.

Tijdens het bewonderen van het panorama van rijen populieren, bruggen, kanalen en spoorlijnen ziet Yellow 2 plots iets dat zich snel verplaatst.

Het is een auto die vol gas over de brug van het kanaal rijdt.

 

‘Hallo Yellow 1, Yellow 2 hier, voertuig op 9 uur.’

‘Ok.’

 

Yellow 1 draait naar links…..nu kan de pret beginnen.

De auto rijdt vol gas langst de oever van het kanaal…..ze verliezen hem niet uit het oog en beide Spitfire’s komen in positie om hun aanval over Noord-Zuid in te zetten.

De auto is bijna bij de spoorbrug…..hij zal er onderdoor gaan…..ja hoor het gebeurd…..verdomme.

De auto is onder de brug gestopt, hun prooi zit als een rat in de val.

Jammer, maar ze proberen toch te vuren door in een lijn met de weg te vliegen en onder de brug te vuren.

Eerst laag een scherpe linker bocht maken om de auto te zien.

Alles was rustig en we zagen niets over de gehele weg.

Yellow 2 duwt de gashendel naar voren, trekt krachtig aan de stuurknuppel en klimt uit zijn linker bocht verticaal omhoog.

Plots word hij gevolgd door lichtspoormunitie, hij durft bijna niet te kijken hoe de munitie hem als kleine raketten volgen.

Kleine witte wolkjes van Flak ontploffen, plots een grootte zwarte wolk die toont dat het kanon iets heeft geraakt.

Zijn hart zinkt in zijn schoenen als hij een aangedane stem over de boord radio hoort.

 

‘Yellow 1 here, Ik ben geraakt.’

 

Tijdens de scherpe bocht over links is Yellow 2, Yellow 1 uit het oog verloren.

Hij kijkt alle kanten op om de Spitfire te zien waar hij net nog achter vloog.

 

‘Ik moet een buiklanding maken en als ik geland ben vluchten voor de vijand…..tot ziens.’

 

Dan is het stil en rustig.

 

Yellow 2 blijft in de buurt rond cirkelen tot hij nog maar zo’n 30 liter brandstof heeft en moet terugkeren naar zijn basis.

Daar zal hij de commandant van de groep “Alsace” moeten mededelen dat Luitenant Gallay vermist is op ongeveer 5 km ten Zuid-Oosten van Tilburg.

 

Het duurde lang zo diep in de sloot, bijna in het water.

Gallay hoorde een stem in hem zeggen, onderduiken.

Hij lag op zijn buik vastgenageld aan de grond hopend te verdwijnen.

Te verdwijnen, zodat bij een wonder de Duitsers hem niet zouden zien, en dat zijn blonde haren en beige piloten jas hem niet zouden verraden.

Op dat moment daar liggend herleefde hij zijn laatste kwartier van de vlucht.

De aanval op de brug, de lichtspoormunitie meteen gevolgd door een schok en verschrikkelijke vibratie over het gehele toestel dat besturen bijna onmogelijk maakte.

De olie op de voorruit van de cockpit en zijn angst wat de directe gevolgen zouden zijn tot op het veld waar hij moest overgeven.

En toen opeens werd de stilte verbroken door de stem van zijn groepscommandant over de boord radio.

O, het plezier om weer met een vriend te praten.

 

‘Hallo ik ben geland…..ik moet vluchten voor de vijand……tot ziens.’

 

Inderdaad, hij moest snel aan zijn ontsnapping denken.

Snel het veld in en mij ontdoen van mijn Mae-West vest.

Vluchten, weg van mijn toestel dat snel door Duitsers en burgers omringd zal zijn in het veld hiernaast.

Ik kan hier niet blijven liggen met mijn neus in de modder.

Gallay heft voorzichtig zijn hoofd op, hij heeft pech, een burger met hoed in de hand heeft hem gezien.

Snel duikt hij weer met zijn gezicht tegen de klamme grond.

De seconden lijken uren te duren.

In de verte een geluid van een kanon.

Hij voelt de langzame slag van zijn hart.

De burger met de hoed kijkt naar het Lorraine kruis op het toestel en doet of hij Gallay niet ziet in de sloot.

Dan hoort hij iets dicht bij hem in de buurt.

Een meter verderop loopt een burger in een regenjas door het natte gebied.

Goede mensen van Nederland!...

Het is ongelooflijk moeilijk om hier droog op de grond te blijven liggen en te voorkomen om geluid te maken.

Het is het beste dat Gallay de sloot verlaat.

Handen in de zakken kijkend naar de mensen rond zijn toestel heeft hij een moment de behoefte om zich bij de groep te voegen.

Wie weet, misschien is er iemand om de gevluchte Franse piloot te zoeken en te helpen, nee niemand helpt hem…..hij de bastaard!  Niemand doet iets.

En sinds niemand iets om Gallay scheen te geven liep hij langzaam en stil richting de weg zijn ogen gericht op zijn schoenen als iemand die niet geïnteresseerd was in de gebeurtenissen van deze oorlog.

Ik liep een stukje door, door niemand gevolgd.

Waarom klop ik niet op die deur?

Hij zei in het Engels.

 

‘’Franse vlieger… shot down,  ik….English!  in de lucht….vervolgens boem! op de grond….understand?’

 

De oude boer deed vreemd en niet zeer sympathiek.

Gallay zette zijn weg voort totdat hij plotseling het gevoel had dat hij niet alleen was.

Als hij zich omdraait ziet hij 200 meter achter hem de man met de hoed die hem een teken tot volgen geeft en zich omdraait.

Er zou nog meer volgen.

Een half uur later was hij verborgen in een schuur.

Men had met gebaren aan Gallay uitgelegd dat men iemand ging zoeken die Frans sprak.

Vier eindeloze uren wachtte Gallay, hadden de mensen het voornemen opgegeven om hem te redden.

Hij dacht aan zijn kameraden die in het andere land over zijn vermissing zouden praten en zijn spullen zouden moeten verzamelen.

Aan zijn familie die hij pas weer had ontmoet.

Eindelijk kwam men.

 

En daarna?

Nadat Gallay zijn derde glas champagne had leeggedronken legde hij uit.

 

Ik had een week vakantie.

Ik deed de mooie kleren aan die ik van de burgers had gekregen.

Ik vond het moeilijk om de brug over het kanaal over te gaan.

Ik vond dat de Duitsers daar raar naar me keken.

En die nacht sliep ik in een goed bed in Tilburg.

 

Waren de mensen aardig?

Zeker ik werd als een koning behandeld.

 

De volgende dag ontmoete ik Johny, die zich sinds 15 dagen in een ander huis verborg.

Elke dag ging ik naar hem toe of kwam hij naar mij.

 

In de hoek van de lounge van de groep “Alsace” zit Johny, de Amerikaanse piloot van de Mustang die neerkwam tijdens de terugkeer van een vlucht naar Duitsland.

Hij heeft in de ene hand een paar schoenen bedekt met handtekeningen van de leden van het verzet van Tilburg en in de andere een fles champagne.

 

‘Hou je van champagne?’

‘Het is onze melk, zei de commandant zonder blikken of blozen.’

‘Zeg Gallay, wat trof u het meest tijdens uw zes dagen in Tilburg in afwachting van uitlevering aan de geallieerden?’

 

‘Ik denk niet dat ik dat glimlachend kan beantwoorden maar……’

 

Hij aarzelde een moment en zei:

 

‘Het squadron is geweldig… Ik realiseerde het me niet eerder dat ik er zo van hield.’

 

 

Michel Brunschwig.

 

Vertaald door Peter van der Linden, September 2009.

Een RAF luchtfoto van Tilburg gemaakt op 9 July 1944.
Te zien zijn het Wilhelminakanaal en haar bruggen met links bovenin de dubbele spoorbruggen.
Franse krant uit de oorlog. (Klik op de foto’s om te vergroten)
(via Bertrand Hugot, Frankrijk)
Pierre Gallay tells his story in 1944