Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

Het zweefvliegtuig stort neer

Op de tweede dag van operatie Market-Garden kwam het armada van transport en zweefvliegtuigen wederom vanuit Engeland via de noord route aangevlogen, en kwam ze via Schouwen-Duiveland en Breda voor een tweede keer over Oisterwijk.

Hier hadden de Duitsers nu volop luchtafweer geschut hadden opgesteld.

Het Duitse luchtafweer dat onder meer stond opgesteld bij het Nevelo terrein, in een veld bij de udenhoutseweg en langs de kerkhovensestraat, kwam op deze 18e september weer in actie en nam de vliegtuigen die Oisterwijk passeerde richting het oosten zwaar onder vuur.

Een Duits 37mm FLAK (Flug-Flieger Abwehr Kanone) luchtafweerkanon was in staat de linker vleugel van het zweefvliegtuig Queen-City te raken waarop de vleugel volledig afbrak en in de lucht haast versplinterde.

Hierop ontkoppelde de piloot van het C-47 sleeptoestel direct de sleepkabel met als doel zijn kist in de lucht te houden en stortte het zweefvliegtuig vervolgens vanaf een hoogte van ongeveer 700 voet (215 meter) in een spin naar beneden.

De Duitse officier van het luchtafweergeschut bij de udenhoutseweg stond juichend met zijn handen in de lucht terwijl het vallende toestel uit zijn zicht verdween.

 

De Queen-City klapte vervolgens boven op de bomen die langs de kerkhovensestraat stonden en belandde vervolgens in de sloot, een paar honderd meter van het Duitse luchtafweergeschut dat stond opgesteld nabij de boerderij van de Oisterwijkse familie Van der Sterren.

De neus van het toestel werd door de enorme klap volledig ingedrukt en de bemanning in de cockpit liet het leven doordat ze werden verpletterd door de jeep die los schoot uit zijn verankering en boven op de beide mannen terecht kwam.

In één van de bomen bleef de nylon sleepkabel hangen die bevestigd had gezeten tussen het zweefvliegtuig en het sleepvliegtuig.

 

Op het moment dat het zweefvliegtuig naar beneden stortte reed juist een boer met paard en wagen door de kerkhovensestraat.

Het paard schrok zo van het enorme kabaal van het neerkomende toestel dat het met wagen en al de sloot in reed.

Al snel na het ongeval waren enkele buurtbewoners ter plaatse om een kijkje te nemen naar dit bijzondere voorval.

De secretaris van het rode kruis, waarvan tijdens de Tweede Wereldoorlog een kleine verbandpost in Oisterwijk was gevestigd, was op een afstand getuige geweest van de crash en was op zijn fiets met spoed richting de plek gereden waar het toestel ongeveer moest zijn neergekomen.

Eenmaal daar gearriveerd kon hij niet veel meer uitrichten dan een plunderaar, die het op de persoonlijke bezittingen van één van de inzittenden gemunt had, weg te jagen.

Omdat de bemanning de crash niet had overleefd keerde hij al snel weer onverrichter zaken terug naar zijn post aangezien het Duitse gezag wel spoedig zijn opwachting zou maken.

Op zijn terugweg naar het dorp ontmoette hij de Oisterwijkse huisarts en gemeente dokter Dr. Frans de Sain en zijn oudste dochter.

Dr. de Sain stond tijdens de oorlog aan het hoofd van de verbandpost van het rode kruis en zijn dochter was één van zijn assistenten.

De secretaris deed direct zijn verhaal over het zojuist gebeurde voorval en vertelde precies wat hij had gezien en waar het toestel was neergekomen.

Hierop besloot de dokter direct met zijn dochter naar de plek te gaan waar het zweefvliegtuig was neergestort.

Toen de dokter en zijn dochter op de plek arriveerde zagen ze dat het zweeftoestel boven op een aantal populieren en een eikenboom terecht was gekomen voordat het zich met de neus in de grond had geboord.

De top van de eikenboom was volledig afgebroken en het toestel lag onder een hoek van 45 graden in de sloot met de staart omhoog gericht in de richting van het oosten.

Het achterste deel van het zweefvliegtuig was tijdens de crash redelijk intact gebleven maar de canvas bekleding van de romp was volledig opengereten.

De Willys-Jeep met daarin bestuurder Raymond Carson nog achter het stuur was nu duidelijk te zien.

Het voertuig was uit zijn bevestigingen los gekomen en naar voren geschoten, boven op de piloot en de co-piloot.

Het landingsgestel van het toestel lag aan de andere kant van de weg in een veld tegen een muur van een bijgebouw behorende tot een boerderij.

Soldaat Robert Le May was uit het zweefvliegtuig geslingerd en de dokter vond hem aan de kant van de weg met een grote open schedelwond en zijn gezicht volledig zwart geblakerd door de granaat explosie van het Duitse geschut.

In zijn hand hield hij een preek boekje vermorzelend vast en zijn helm met een deel van zijn hersenmassa er nog in lag een stuk verderop.

 

De dokter en zijn dochter kropen in de overblijfselen van het zweefvliegtuig waar de dokter snel op zoek ging naar de identificatie plaatjes van de militairen om die vervolgens te verstoppen zodat de Duitsers hun identiteit niet direct konden achterhalen.

De dokter wist uit verhalen dat documenten of kaarten waaruit het doel van hun missie kon blijken soms verstopt werden onder de helmen van de militairen.

Dit werk liet hij over aan zijn dochter die zo het bloederige karwei kreeg om de platgedrukte helmen van de schedels van de slachtoffers in de cockpit te verwijderen.

De dokter verwijderde ringen en andere sieraden om te voorkomen dat ze in Duitse handen konden vallen.

Alle identificatie middelen die ze zo verduisterden wilde de dokter dan later mee naar huis nemen om ze aan de secretaris van het rode kruis te overhandigen met de opdracht ze na de oorlog te overhandigen aan de dan bevoegde instanties.

De documenten die het doel van hun missie zou kunnen verraden wilde hij thuis opstoken in zijn openhaard.

 

Niet lang nadat de dokter en zijn dochter op de crash plek waren aangekomen arriveerde ook enkele militairen van de Duitse Wehrmacht.

De dokter en zijn dochter werden met het wapen in de aanslag gesommeerd om uit het wrak te komen.

De Duitsers hielden ondertussen de buurtbewoners die al op souvenir jacht waren gegaan op afstand.

Daarna was het de beurt aan de Duitsers die hun tijd namen om een en ander in hun bezit te nemen.

Ze namen wat Amerikaanse kledingstukken, laarzen en sigaretten uit het toestel, en ook een radio, zend apparatuur en een flink stuk van de nylon sleepkabel werd door hen meegenomen.

 

Na een grondige Duitse inspectie van het toestel en zijn slachtoffers kreeg het Rode Kruis de opdracht de lichamen van de militairen te bergen.

Er werd een groot wit laken gespannen om het verwijderen van de lichamen uit het werk aan het oog van de toeschouwers te onttrekken.

De omgekomen chauffeur van de jeep stond als het ware rechtop in zijn Jeep met zijn benen bekneld tussen verwrongen staal en het stuur.

Deze militairen en de andere inzittenden konden pas geborgen worden nadat de Oisterwijkse slager Leermakers er met zijn slagerszaag aan te pas kwam om de lichamen uit hun beknelde positie te bevrijden.

Toen alle slachtoffers door het rode kruis waren geborgen werden ze op een platte kar van de plaatselijke meubelmaker gelegd en naar de begraafplaats achter de St. Petruskerk in Oisterwijk vervoerd.

Daar werden ze de volgende dag door grafdelver Van Eindhoven begraven in het bijzijn van de Oisterwijkse Pastoor Van Kemenade en Dokter de Sain.  

 

In de nacht die volgde op de crash kwamen nog een aantal plaatselijke souvenir jagers op het zweefvliegtuig af om een kijkje te nemen.

De Duitsers hadden om onduidelijke reden geen wacht bij het toestel geplaatst zodat het er verlaten bij lag en er alle tijd was om eens wat rond te snuffelen.

Onder deze personen waren drie jonge broers uit de straat die overdag van hun ouders een kijkje hadden mogen nemen op de crash site.

Zij klommen in het wrak en namen een groot onderdeel van de Jeep mee naar huis.

Waarschijnlijk was het een nogal belangrijk stuk want de volgende dag kwam de dokter samen met enkele onbekende mannen naar hun boerderij om het weer in zijn bezit te nemen.

 

De Duitsers hadden die volgende dag weinig interesse voor het verwoeste toestel maar daarin tegen wel voor de Willys Jeep.

Deze bleek nog intact, waarschijnlijk dankzij de inzittenden die de klap voor het losgeschoten voertuig opvingen, en werd er uiteindelijk door de Duitsers uitgehaald.

Eenmaal naast het toestel werd het voertuig door zowel vriend als vijand van alle kanten bekeken waarna de Duitsers het in hun bezit namen.

Ze overschilderde de witte ster op de motorkap met groene verf, plaatste de ontvreemde motor onderdelen terug en gebruikten de jeep als hun ‘dienstauto’.

De Jeep werd niet veel later gesignaleerd in het bezit van de Duitse officier van het luchtafweer kanon bij de udenhoutseweg.

 

De resten van het zweefvliegtuig bleven daarna achter en werden de dagen daarop regelmatig bezocht door verschillende nieuwsgierige Oisterwijkers.

Sommigen klommen in de resten van het toestel en namen meerdere souvenirs mee naar huis.

Zo was er iemand die uit de cockpit een afgebroken stuk van het stuurwiel meenam dat op de grond was gevonden op de plek waar de piloot zat.

Ook een stuk van de piloot zijn besturing pedaal, dat nog net vast hing aan een stukje metalen buis van het cockpit frame, werd meegenomen.

Door zich met één hand aan de buizen constructie van de cockpit vast te houden kon hij er net bij.

Zijn hand raakte hierdoor behoorlijk besmeurd met iets kleverigs waarvan hij later concludeerde dat het waarschijnlijk bloederige resten waren geweest van één der inzittende.

Verder lag er ook nog een platgedrukte soldaten helm maar deze bleef achter in de cockpit.

Dit platgedrukte exemplaar heeft men later die week samen met enkele andere helmen op de kruizen van de graven zien hangen.

 

Er was ook iemand die een stuk van het horizontale vleugeltje van het staartstuk meenam, een puntige constructie van hout en canvas van ongeveer 75 cm lang.

Na de oorlog werd dit onderdeel als nagedachtenis aan deze periode in Oisterwijk beschilderd met een oorlog's tafereel over operatie Market-Garden.

Er werden verder nog grote stukken canvas repen uit het zweefvliegtuig gesneden en het landingsgestel, dat werd gevonden bij een boerderij aan de overkant van de weg, werd later nog gebruikt voor een bokken kar met tuig.

Een achtergebleven stuk van de nylon sleepkabel werd meegenomen door een boer uit de straat.

Een andere boer haalde een driehoekig toegangsdeurtje met een rond plexiglas raampje uit de romp en nam het mee naar huis om het later te gebruiken voor een konijnen kooi.

Waco CG-4A zweefvliegtuig. Een toestel als dit stortte neer in Oisterwijk.

De foto hiernaast toont een Duits mobiel 37mm FLAK kanon.
Pastoor van Kemenade tijdens een ceremonie op het deel van de begraafplaats waar de militairen werden begraven.
Een Willys Jeep tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In dit geval een uitvoering van het US Signal Corp.
Vlag Oisterwijk
Wapen Oisterwijk
The glider crash