Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

Het verhaal van Luitenant Ed Shames

‘Op verkenning in Tilburg’

 

The story of Lieutenant Ed Shames

Voorts liep er dwars door Oisterwijk een belangrijke spoorwegverbinding tussen Tilburg en Eindhoven. Gedurende de oorlog was deze lijn van groot belang voor de bezetter want dankzij deze spoorlijn was het voor de Duitsers in Oisterwijk mogelijk hun munitie en bommen, die opgeslagen lagen in een groot munitie depot in de Oisterwijkse bossen, per spoor te vervoeren. Ook het Wehrmacht Verplegungs Ambt (WVA), Het Duits medisch bevoorradingen depot, gevestigd op het terrein van de Oisterwijkse leerfabriek, maakte gebruik van het spoor. Het depot grensde direct aan de spoorlijn en het had een aftakking naar het fabrieksterrein. Voorts verbleef de Duitse luchtmachtstaf van vliegveld Gilze Rijen in Oisterwijk in hotel Bos en Ven.

 

Tijdens de oorlog vormde zich in Oisterwijk een verzetsgroep. Aan het hoofd van deze groep stond de 23 jarige student Bim van der Klei. Van der Klei had goede contacten binnen het RVV (Raad van Verzet) en de groep zou zich aansluiten bij deze organisatie. Van der Klei en zijn mannen werden in de periode rond operatie Market Garden en de bevrijding van Oisterwijk steeds actiever. De groep zou verantwoordelijk worden voor sabotage acties in de omgeving. Hun voornaamste daad was wel het laten ontsporen van een Duitse trein aan de rand van Oisterwijk in de nacht van 4 op 5 september in 1944. De Oisterwijkse verzetsgroep werd gesteund door menig vooraanstaand Oisterwijker. Onder hen was ook de Oisterwijkse dokter Frans de Sain, tevens hoofd van de lokale post van het Rode Kruis.  De Sain was fel anti Duits en had zich vanaf het begin van de oorlog al ingezet voor mensen die zaten ondergedoken. De dokter had gedurende de oorlog ook menig maal hulp verleend aan geallieerde piloten die om allerlei reden in de omgeving van Oisterwijk waren neergekomen.

 

Het was dankzij dokter Frans de Sain dat de Oisterwijkse verzetsgroep betrokken raakte bij de ondersteuning van de 101ste Airborne divisie die was ingezet bij Eindhoven gedurende operatie Market Garden. Het contact met de divisie was gelegd via een collega van dokter de Sain, de Veghelse dokter Kerssemakers. Dokter Kerssemakers had toevallig zijn woning beschikbaar gesteld aan kolonel Howard R. Johnson van de 101ste airborne divisie. Kolonel Johnson ontving op zijn beurt weer orders van het Amerikaans hoofdkwartier van de 101ste airborne divisie dat was gelokaliseerd in kasteel Henkenshage in St. Oedenrode.

 

Gedurende de dagen dat Eindhoven pas net was bevrijd door het 506 Parachutisten Infanterie Regiment van de 101ste airborne divisie was er informatie bij het regiment binnengekomen dat de Duitsers een aanval voorbereide op hun gebied. Kolonel R. Sink, de commandant van het 506 PIR, had het vermoeden dat de Duitsers wel eens vanuit Tilburg zouden kunnen aanvallen. Hij baseerde dat aan de hand van recent genomen RAF luchtverkennings foto’s van de stad. Om deze reden bedacht kolonel Sink een speciale verkennings missie om de Duitse situatie in de stad in kaart te brengen. Hij bedacht een plan waarbij een groep Nederlandse verzetsmannen geleid door een Amerikaanse Airborne militair op verkenning zouden gaan naar Tilburg. En nu komt het interessante aan dit verhaal, de uitvalsbasis voor deze operatie zou de zolder worden van het huis, annex praktijk, van Dokter Frans de Sain in de Kerkstraat 50 in Oisterwijk. Wellicht des te interessant is dat niemand minder dan 2e Luitenant Edward D. ‘Ed’ Shames van de legendarische Easy company 506th PIR (HBO mini-serie Band of Brothers) de missie naar Tilburg zou leiden.

Luitenant Edward ‘Ed’ Shames. (Ian Gardner)

 

Ed Shames in de Kerkstraat in Oisterwijk, 69 jaar na zijn eerste bezoek. (Tom Timmermans/www.battledetective.com)

 

Tijdens een van de vele gesprekken die Ian Gardner voerde over zijn persoonlijke ervaringen gedurende operatie Market Garden vertelde de 101ste Airborne veteraan Kolonel Ed Shames het verhaal over Tilburg. Hij vertelde Ian hoe hij in de nacht van 21 op 22 september op de zolder van het huis van de dokter had verbleven en zijn verkenningsmissie naar Tilburg met een groep van zes verzetsmannen. Met in eerste instantie niet meer informatie om mee te werken dan een onbekende Tilburgse locatie van een elektriciteit station en een Oisterwijkse dokter werd ik benaderd ter ondersteunen van het onderzoek naar het verhaal van de kolonel. Dit onderzoek bracht uiteindelijk voldoende informatie boven water zodat Ian zijn verhaal over de Tilburg verkenning voor het boek kon afmaken. Het boek ‘Deliver Us from Darkness’ werd gepubliceerd in 2012, en het werd een bestseller. In de daaropvolgende winter van 2013 werd ik wederom door Ian benaderd met het nieuws dat hij aan het werken was aan een boek over de oorlogs ervaringen van Ed Shames gedurende de Tweede Wereldoorlog.  Voor het onderzoek voor dit boek zou Ian Gardner samen met Ed Shames op reis gaan in Europa om de landen en plaatsen te bezoeken uit Shames zijn geheugen. Ian gaf aan geïnteresseerd te zijn om ook Oisterwijk en Tilburg te bezoeken om het Tilburg verhaal wat uit te breiden. We besloten een afspraak te maken voor mei 2013, op mijn adres in Oisterwijk.

 

Een paar maanden later op een zonnige lente ochtend wachtte ik vol enthousiasme op mijn gasten. Speciaal voor hun bezoek had ik een map met foto’s samengesteld om te dienen als een Toen en Nu vergelijking omdat er plaatselijk zoveel is veranderd sinds 1944. Het was rond 11:00 uur toen Ian Gardner, Tom Timmermans en Ed Shames per auto vanuit Eindhoven arriveerde. Na een kort en warm welkom vertrokken we in de auto van Tom naar het centrum van Oisterwijk, om 69 jaar terug in de tijd te gaan, in de voetstappen van de toen 21 jaar oude luitenant Ed Shames op zijn verkennings missie naar Tilburg.

 

De eerste stop op mijn lijstje was de kerkstraat, waar eens het huis stond van dokter Frans de Sain. Na de auto geparkeerd te hebben liepen we naar de kruising baerdijk-kerkstraat. Hier legde ik uit dat de vrouw en de kinderen van de dokter na zijn overlijden in 1955 verhuisde naar een stad in Zuid-Holland. Het contact wat ik intussen met de familie had gelegd bracht geen informatie aan het licht. Jaren na de oorlog werd het huis en de aangrenzende jongensschool die door fraters werd geleid gesloopt om het mogelijk te maken de Beardijk door te trekken naar de Hoogstraat. Niet te min bleef de rest van de straat nagenoeg het zelfde. Ik vertelde mijn gasten dat de enig overgebleven herinnering aan de school een beeld van Sint Hermanus was dat ingemetseld werd in een nieuw gebouw op de hoek van de kruising. Ik legde hen tevens uit dat op één lid na geen van de voormalige leden van het Oisterwijks verzet nog in leven zijn. Tijdens een gesprek met dit voormalig lid van de Oisterwijkse verzetsgroep kon hij zich niet herinneren de Amerikaan ooit ontmoet te hebben nog ooit van de verkenningsmissie naar Tilburg gehoord te hebben. Wat hij wel uitlegde was: “we hadden diverse groepjes mensen in Oisterwijk en omgeving die verzet pleegde, en het ene groepje wist niet altijd wat een ander groepje uitspookte. Bovendien wist geen man wie nu exact deel uitmaakte van de Oisterwijkse ondergrondse en het verzet.“

 

 

Terwijl ik Kolonel Shames mijn foto’s liet zien van de oude situatie in de Kerkstraat begon hij te vertellen over de gebeurtenissen uit het verleden en hoe de verkenning naar Tilburg in zijn herinnering begon. “Nadat onze divisie contact had gelegd met dokter de Sain doormiddel van de Veghelse dokter, en De Sain plechtig beloofd had toe te zien op onze veiligheid, vertrok ik uit Veghel. Samen met de Eindhovense verzetsman John van Kooijk en Milo, de leider van het verzet uit het dorp Uden, reden we in een donkere Opel Kaptain van Uden naar het dorp zeeland, en van daaruit gedurende de aarde donkere nacht naar Oisterwijk.  Het ging dwars door Duits bezet gebied, en ondanks de gevaren wisten we Oisterwijk veilig te bereiken. We parkeerden de auto vervolgens uit het zicht binnen de muren van de katholieke jongensschool, gingen toen achterom door de Hoogstraat, en betraden de hoog ommuurde diepe tuin van de dokterswoning. Daar werden we begroet door Oisterwijkse verzetsmannen die ons via de trap naar boven leidde tot op de grote zolder van de woning. Hier werd ons medegedeeld om ons zo stil als mogelijk te houden omdat een Duitse officier, een dokter van het nabij gelegen Duitse lazaret in de Poirterstraat, beneden in de woning was ingekwartierd. De Oisterwijkse verzetsmannen legde uit om niet ongerust te zijn, want volgens hen was er geen veiligere plek dicht bij Tilburg dan de zolder van de dokter. De nacht was rustig en we merkte niets van de aanwezigheid van de Duitse officier. Ons viel wel de aanwezigheid van andere onderduikers op. Die zaten ondergedoken op de naastgelegen zolder van fraters. Deze onderduikers kregen eten van de dokter vanuit de zolder waarop wij verbleven, via een gat in het dak. In de morgen kregen we overalls uitgereikt om ons te kleden als textielwerkers. Ik kreeg vervalste papieren uitgereikt voor het geval dat we aangehouden werden en ik kon geen wapen dragen. De gedachte die me vervolgens bekroop dat ik eventueel als spion gevangen genomen kon worden, en dat ik ongewapend zou zijn, gaf me een bijzonder oncomfortabel gevoel. Maar de Nederlanders bleven maar herhalen, maak je geen zorgen, maak je geen zorgen.”

 

Links het huis van dokter de Sain met daarnaast de katholieke jongensschool die werd geleid door de fraters van Sint Hermanus. (Peter van der Linden)

 

De Kerkstraat in Oisterwijk loopt vanaf de St. Petruskerk in oostelijke richting tot in het centrum van het dorp. Links de Hoogstraat en de spoorlijn Tilburg-Eindhoven. (Peter van der Linden)

 

 

woning Dr. de Sain

Daarna bestudeerde de Kolonel mijn foto’s en concludeerde maar weinig te herkennen. Hij keek vervolgens nog eens naar de huizen in de Kerkstraat en richting de poststeeg en vroeg me toen “Er moet hier ergens een spoorlijn zijn, waar is die?” Ik wees naar de spoorlijn op een foto en Ed vervolgde met zijn herinnering.

 

“Vanuit de dokters woning liepen we met een zeven man team langs de spoorlijn richting Tilburg. Eenmaal in het buitengebied van Oisterwijk mengde we ons tussen de andere textielwerkers die op weg waren naar Tilburg. We volgden een pad langs de spoorlijn tot we half weg waren en gingen toen linksaf over een weg die uitkwam bij een kanaal (Wilhelminakanaal). Tegen die tijd was ik weer wat gekalmeerd en eenmaal bij het kanaal lag er een brug (draaibrug Oisterwijksebaan) die we moesten passeren om in de stad te geraken. Daarvandaan volgde we een route langs een aftakking van het kanaal (gebied Piushaven) tot in het zuidelijk gebied van de stad (Broekhoven). Ons doel was een elektriciteitgebouw op het terrein van de Volt fabriek, een fabriek die lampen vervaardigde voor Phillips in Eindhoven. De Volt fabriek was eigendom van Phillips. In het gebouw moest ik gebruik maken van een directe telefoonlijn met Phillips in Eindhoven die onbekend was bij de Duitsers. Aan de andere kant van de lijn zou iemand van onze inlichtingen afdeling van de divisie dan de telefoon opnemen.”

 

Vanuit de Kerkstraat reden we vervolgens zoveel mogelijk langs de spoorlijn in de richting van Tilburg. Na een korte stop bij de spoorwegovergang in het gehucht Heukelom bereikten we het gehucht Moerenburg, net ten oosten van Tilburg. Hier arriveerde we bij de draaibrug over het Wilhelminakanaal aan de Oisterwijksebaan. Juist toen we bij de brug waren naderde er vanuit Eindhoven een vrachtschip.  We staken de brug over en besloten aan de andere kant te parkeren en uit te stappen om te kijken hoe de brug functioneerde. Terwijl vol automatisch de bomen sloten en de brug begon te draaien vroegen wij ons hard op af hoe dit er vroeger uit zou hebben gezien toen het nog door een brugwachter met de hand gedaan moest worden. Terwijl ik in de richting van Eindhoven wees legde ik de Kolonel uit dat gedurende de oorlog de originele brug op deze exacte plek er hetzelfde uitzag als de brug over het Wilhelminakanaal in Son die op de eerste dag van operatie Market Garden door de Duitsers werd opgeblazen. Net als bij de draaibrug in Son werd ook de brug in Tilburg door de Duitsers opgeblazen, echter gebeurde dat een maand later, in oktober van 1944 terwijl de stad werd bevrijd door de Schotten. Met zijn gedachten terug in de tijd tuurde Ed Shames het kanaal af richting Eindhoven. Nadat het vrachtschip gepasseerd was en de brug weer geopend was voor het verkeer reed Tom ons naar onze volgende bestemming, het voormalige terrein van de Volt fabriek in de wijk Broekhoven.

Kolonel Ed Shames tuurt vanaf de draaibrug over het Wilhelminakanaal richting Eindhoven. (Tom Timmermans/ www.battledetective.com)

 

Eenmaal op het fabrieksterrein liepen we langs en om de diverse oude fabrieksgebouwen. Ik wees op enkele gebouwen waarvan ik het vermoeden had van waar uit Ed Shames met de directe telefoonlijn gebeld had met Eindhoven. Ondanks dit kon de Kolonel zich niet meer herinneren welk gebouw het geweest was dus liet ik hem mijn foto’s van het oude fabrieksterrein zien in de hoop dat hij het zich zo wellicht kon herinneren. Terwijl we op de achtergrond de klokken van de Broekhovense kerk hoorde luiden keek de Kolonel plots op en vroeg mij, “was die kerk er al in 1944?” Ik beantwoorde zijn vraag met ja en Ed zei daarop, “Ik ken die kerk….mijn god….ik herinner mij die kerk!” De Kolonel keek vervolgens over zijn rechter schouder en wees op één van de gebouwen met een glazen fabrieksdak en zei, “Ik zat in dat gebouw, hoog en net onder het dak waar ik door de ramen de kerk en zijn uurwerk kon zien. De verzetsmannen brachten mij naar dat gebouw, en één maal binnen verstopte ik mij en gingen de Nederlanders de stad in om op verkenning te gaan en om informatie in te winnen. Terwijl ik op hun terugkomst wachtte zat ik achter de glazen ramen in het dak om de situatie om mij heen in de gaten te houden. In het gebouw stonden de elektromotoren die de fabriek van stroom voorzagen, en ergens in de ruimte was een telefoon die in directe verbinding stond met Eindhoven. Ieder keer als de verzetmannen terugkeerde van hun verkenning verzamelde ik hun informatie, en nadat één van de mannen mij had doorverbonden rapporteerde ik de bevindingen bij onze inlichtingen in Eindhoven. Het leek er uiteindelijk op dat de Duitsers geen grote troepenconcentratie of zware tanks in Tilburg verzamelde en de situatie leek er relatief kalm. (De reden hiervoor kan gezocht worden in het feit dat de spoorlijn Tilburg-Eindhoven ter hoogte van Oisterwijk, en de iets oostelijk van Tilburg gelegen spoorlijn Tilburg-’s-Hertogenbosch ter hoogte van het dorp Udenhout, voor een deel vernietigd waren. De Air Force had namelijk op 16 september in beide dorpen een Duitse munitietrein vernietigd waardoor het spoor onbruikbaar was geworden.) Aan het einde van de dag werd mij bevolen weer terug te keren naar mijn regiment, dus verlieten we Tilburg en keerden we weer terug naar het huis van de dokter in Oisterwijk. De volgende dag op 23 september meldde ik mijn terugkomst op onze Commando Post in het dorp Eerde.”

Toen liepen we naar het gebouw dat ooit geflankeerd werd door een hoge schoorsteen. Het bleek gesloten, dus besloten we om er om heen te lopen en te kijken of we ergens via een raam naar binnen konden kijken. Helaas, het gebouw bleek geen ramen te hebben. Wat navraag op het terrein leerde ons dat er in het gebouw een kleine garage was gevestigd die pas de volgende dag weer open zou zijn. Tevreden met hetgeen we te weten waren gekomen besloten we terug te keren naar Oisterwijk. Eenmaal bij mijn huis aangekomen werd nog wat nagepraat en namen we de namen door van leden van het Oisterwijkse verzet in de hoop dat Ed Shames een naam zou herkennen. Helaas herkende hij geen enkele naam die voorbij kwam. “Het was ook maar die ene keer in 1944 dat ik die mannen ontmoette, en het waren ook nog totale vreemdelingen voor me.”

 

Op hun reis hadden Ian en Ed het gebied rond Bastogne in de Ardennen al bezocht, en ze zouden in de aankomende dagen naar Normandië vertrekken. Ed Shames was met zijn 90 jaar duidelijk niet meer de jongste.  Hij was moe geworden en was klaar om terug te keren hun hotel in Eindhoven. Als aandenken aan hun bezoek signeerde Ed Shames mijn kopie van Ian Gardners boek ‘Deliver Us From Darkness’, en na een goed aantal gods zegeningen door Ed Shames vertrokken de drie mannen naar Eindhoven, terug naar de stad die Kolonel Shames 69 jaar eerder mee had helpen te bevrijden.

 

 

-Deliver Us From Darkness ISBN 978-1-84908-717-9

-Airborne-The Combat Story of Ed Shames of Easy Company ISBN 978-1-4728-0485-3

Het fabrieks terrein van N.V. Volt. Links de kerktoren van de Broekhovense kerk. Gedurende de oorlog gebruikten de Duitsers de fabriek voor hun oorlogsindustrie en vervaardigde er onder andere de knijpkat, een kleine zaklantaarn zonder batterijen. (Peter van der Linden)

 

Achter de schoorsteen bevond zich het machinegebouw waarin zich de elektromotoren en de dynamo’s bevonden voor de stroomvoorziening van de fabriek. (Tom Timmermans/www.battledetective.com)

 

Het was in 2011 dat ik gedurende mijn onderzoek naar de activiteiten van de Oisterwijks verzetsgroep, in verband met mijn toen nog te schrijven boek ‘Kampina Airborne’, werd benaderd door de Britse schrijver en historicus Ian Gardner en zijn Nederlandse collega Tom Timmermans, bekend als ‘The Battle Detective’. Beide mannen bleken onderzoek te doen naar een specifiek verhaal dat Ian Gardner aan het schrijven was voor zijn uit te brengen boek  Deliver Us from Darkness- The Untold Story of Third Battalion 506 Parachute Infantry Regiment during Market Garden. Omdat hun onderzoek ze had geleid naar mijn website, waarop ik een aantal verhalen over het Oisterwijks verzet heb staan, werd ik door de heren benaderd. Het verhaal wat ze onderzochten bleek te handelen om de aanwezigheid van de Amerikaanse 101ste Airborne Divisie in Eindhoven gedurende operatie Market Garden. Het interessante voor mij was dat de betrokkenheid van het Oisterwijkse verzet een rol speelde in het verhaal. Mijn hulp en de informatie die ik in de daaropvolgende periode kon aanleveren leidde uiteindelijk tot afronden van het onderzoek en het verhaal voor Gardner zijn boek. Mijn bijdrage aan dit verhaal had ook voordelen voor mijn eigen onderzoek, en het zou twee jaar later tevens een fantastische en unieke ervaring opleveren. Gedurende operatie Market Garden bevond Oisterwijk zich op de uiterste westelijke flank van het inzetgebied van de 101ste Airborne Divisie. Het dorp ligt op ongeveer 21 kilometer afstand ten westen van de Market Garden landing en dropzones bij Eindhoven en dicht bij de destijds textiel industriestad Tilburg.