Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

Nadat de roes van de bevrijding was weggeëbd en men goed besefte dat het voorgoed gedaan was met de onderdrukking durfde men weer iets verder van huis. Veel mensen gingen naar het vliegveld om een kijkje te nemen wat er nou precies in al die jaren gebouwd was. Het eerste wat opviel was de grote verwoesting van gebouwen en de ravage die aangericht was na al die bombardementen op het vliegveld. De vele gebouwen en vliegtuig opstel plaatsen waren door de Duitsers met explosieve opgeblazen. Er was niet veel van waarde overgebleven in de puinhopen. Op 29 Oktober arriveerde de Engelse genie op het vliegveld met allerlei soorten voertuigen en machines om met de wederopbouw van het vliegveld te beginnen. Op 1 november werd gestart met het omploegen van het gehele vliegveld en het dichtgooien van de vele bomkraters. Ondertussen werd het veld nauwkeurig onderzocht door de Royal Engineers op de aanwezigheid van eventuele mijnen geplaatst door de Duitsers. Gelukkig werden ze niet gevonden en kon het gebied worden vrijgegeven.

 

 

Na een oproep van de Engelsen aan de burgerbevolking van de omliggende plaatsen om te komen werken aan de wederopbouw van het vliegveld melde zich duizenden mensen. De wederopbouw van het vliegveld kreeg bij velen voorrang ondanks de noodzaak van opbouw van eigen bedrijven, huizen of fabrieken. Veel burgers zagen het belang  van het vliegveld in, met name voor de wederopbouw van dit deel van Brabant. Een voordeel voor al die burgermensen die werkten op het vliegveld was eten. Thuis was er een schaarste aan eten en levensmiddelen, maar de Engelsen zorgde goed voor deze mensen en er werd zelfs iets voor thuis meegegeven. Als de dagploeg ‘s avonds naar huis ging werd het veld met schijnwerpers verlicht zodat de nachtploeg het werk kon voortzetten. De eerste dagen ging het er nogal chaotisch aan toe maar snel zou er structuur in de wederopbouw komen en vormde zich onder Engelse leiding aparte werkploegen. Auto’s met zand en andere materialen reden af en aan om de wegen en startbanen gebruiksklaar te maken. Voor veel mensen die in fabrieken werkte die door de Duitsers op hun vlucht waren opgeblazen was het werk op het vliegveld een welkome afwisseling.

 

 

Na enige dagen lande er al ‘Auster’ vliegtuigen die door de Engelse luchtmacht gebruikt werden voor verbindings en waarnemings taken. Eind November konden er ook transportvliegtuigen landen. Tot grote vreugde en voldoening van alle werkers, en naar weken van hard zwoegen in weer en wind, landde er Avro Anson en Dakota transport vliegtuigen op de eerste gerepareerde landingsbaan van het vliegveld. RAF grondpersoneel arriveerde spoedig en ze werden in Kamp Prinsenbosch ingekwartierd. Bewakingstroepen met pantservoertuigen werden in het dorp Gilze gelegerd. Rond het vliegveld werden tevens luchtafweer kanonnen ingegraven ter verdediging van het vliegveld. In Breda arriveerde de staf van de 84e Tactical Support Group. De taak van deze Engelse luchtmacht eenheid was het aanvallen van gronddoelen en het hoofdkwartier werd vanuit België dan ook overgeplaatst naar Breda.

 

 

 

Fliegerhorst Gilze-Rijen, deel VII

       Vliegveld in oorlogstijd

Hoe ging het verder na de bevrijding

Tijdens de duik aanval op het dorp werd de Typhoon van Flight Lieutenant Colebrook door Flak geraakt en had hij, zonder zijn raketten af te vuren, de aanval af moeten breken. Op de terugweg had hij bij Culemborg tussen de Parallelweg en de Beedseweg een geforceerde noodlanding gemaakt. Na diverse omzwervingen en met behulp van het verzet was hij uit eindelijk via Tricht in Tiel terechtgekomen waar hij bij een verzetsgezin met kinderen in huis kwam. Met hulp van het verzet had hij enkele pogingen gedaan om naar bevrijd Nederland terug te komen. Dit mislukt helaas en uiteindelijk werd hij op 21 december 1944 door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Daarbij was ook de vrouw des huizes meegenomen. Omdat het verzet erg bang was dat zij door zou slaan, werd besloten haar te bevrijden. Dit lukte maar de Duitsers besloten hierop represailles te nemen en hebben toen vijf mannen uit Tiel gefusilleerd.

 

 

De resterende Typhoon jachtbommenwerpers waren ieder bewapend met vier 20 mm kanonnen en acht 3 inch raketten voorzien van een zware 60 pond wegende gevechtskop gevuld met springstof. Van de 19 opgestegen Typhoons voerde uiteindelijk 17 Typhoons de aanval op Houten uit waarbij 16 toestellen hun raketten afgevuurde. Er werden zo’n 128 raketten afgevuurd en er werd tijdens de aanval geschoten met de boordkanonnen. De bedoeling was het Duits hoofdkwartier aan de Herenweg te vernietigen. Hoewel de raketten en het boordgeschut van de Britse Thypoons het beoogde doel niet vernietigde werden rond het Plein een schoolgebouw en huizen verwoest en zwaar beschadigd. Bij de aanval vielen vijf Nederlandse slachtoffers en sneuvelden zeven Duitse militairen. Mogelijk stierven later nog meer Duitsers door opgelopen verwondingen. Het doel zelf werd niet getroffen, waarschijnlijk doordat een kaartcoördinaat werd opgegeven dat 100 meter afwijkte van het eigenlijke doel. Onduidelijk is of de piloten ook met deze coördinaten waren weggestuurd. Generaal Reinhardt was niet in zijn hoofdkwartier tijdens de aanval. Het is duidelijk geworden dat de generaal om 07:15 naar Deelen was vertrokken. Om 11:00 was de luchtaanval waarna om 12 uur de Duitsers begonnen om het hoofdkwartier te verplaatsen naar Bilthoven. Om 13:00 kwam de Generaal terug in Houten om daarna om 15:15 te vertrekken naar het nieuwe hoofdkwartier.

 

 

Na de bevrijding van Gilze-Rijen bleek de oorlog voor de omgeving van het vliegveld nog niet voorbij. Gilze-Rijen lag op de aanvliegroute van V1 en V2 raketten die door de Duitsers op Antwerpen werden afgevuurd vanuit lanceerplaatsen in de Hellendoornse bossen in de provincie Overijssel. Er waren dagen dat er om de 15 minuten een V1 overkwam. Vanaf Oktober 1944 tot Maart 1945 vielen er zo’n 20 raketten vroegtijdig uit de lucht die veel doden, gewonden en schade tot gevolg hadden. In Oisterwijk kwam ook een V1 neer, op het agrarisch gebied Kerkhove, bij de huidige veldweg op het industrie terrein.

 

 

Na de bevrijding op 5 Mei 1945 kon de gemeente Gilze-Rijen de balans opmaken van vijf oorlogsjaren. Talloze militairen waren omgekomen, vooral in de beginjaren van de oorlog. 76 burgers van de dorpen Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten hadden hun leven verloren door de talloze bombardementen en andere oorlogshandelingen. 6.3% van het totaal aantal huizen, fabrieken en andere gebouwen in en rond Gilze en Rijen waren vernield, waaronder ook de kerken van Gilze en Hulten.

De kerk van Rijen kon nog net gered worden, hoewel deze door de Duitsers was voorbereid om opgeblazen te worden wist iemand het detonatie koord te vernielen waardoor dit mislukte. Van de resterende woningen en gebouwen had 67,6% zware schade opgelopen.

 

Op 16 April 1945 werd op Gilze-Rijen het 6de Dutch Auster Squadron opgericht met 6 toestellen van het type Auster MkII. De Engelsen vertrokken na de oorlog in Januari van 1946 en lieten een goed onderhouden basis achter waardoor vliegbasis Gilze-Rijen een militaire vliegbasis is kunnen blijven.

Heden ten dage (2009) is vliegbasis Gilze-Rijen een militaire helikopter basis met 3 vliegende squadrons:

 

298 Squadron vliegt met de Chinook (CH-47D).

300 Squadron vliegt met 2 type helikopters, de Eurocopter Cougar.

301 Sqaudron vliegt met de Apache, (AH-64D) gevechts helikopter.

In December 1944 stegen Typhoons van het No.164 squadron op om het Hoofdkwartier van Generaal Christiansen, de opperbevelhebber van het Duitse 25e leger aan te vallen. Zes Typhoon jachtbommenwerpers van de RAF verschenen om 14.40 uur boven Hilversum en in drie aanvallen werd het complex met raketten en bommen bestookt. Er vielen er maar liefst zeven op de bunker, evenwel zonder schade van enige betekenis aan te brengen!

Helaas was er wel veel neven schade. In een vrij grote straal waren meerdere huizen totaal verwoest. Eén Duitse militair kwam om het leven, terwijl er niet minder dan zeven slachtoffers onder de burgerbevolking te betreuren waren.

 

 

Thyphoon Colebrook;

 

Op 28 November 1944 voerde negentien Typhoons van de twee dagen eerder gearriveerde RAF squadrons No.164 en No.198 een aanval uit op het hoofdkwartier van Generaal Reinhardt in Houten. Om 10:27 uur vertrokken van de vliegbasis 11 Typhoons van No.164 Squadron en 8 Typhoons van No.198 Squadron om het hoofdkwartier van het Duitse 88e Legerkorps aan te vallen. Dit hoofdkwartier was op dat moment gevestigd in enkele villa's aan de Herenweg in Houten en stond onder leiding van generaal Reinhardt. Door intens Duits luchtafweer waren twee Typhoons van No.198 Squadron bij uitwijk manoeuvres in de wolken terechtgekomen en los geraakt van hun formatie. Deze twee zouden zonder aan te vallen zijn terug gevlogen naar Gilze-Rijen.

 

Ondanks slecht weer werd op 21 November de tweede startbaan in gebruik genomen. De dag daarop arriveerde de 35e Wing met Spitfire, Typhoon en Mustang jachtvliegtuigen. De piloten werden ondergebracht in tenten langs de rolbanen. Het was voor de geallieerden van groot belang een vliegveld dicht bij het front te hebben. Veel jagers waren uitgerust met camara’s voor fotoverkenning van het front, en voor de snelle ontwikkeling van hun films kwam hiervoor uit België de 4e Mobiele Field Photographic Unit naar Gilze-Rijen. Deze verplaatsbare fotografische eenheid kon snel aan het werk omdat men alles bij de hand had zoals mobiele donkere kamers en ontwikkel apparatuur. Het nu volledig in gebruik zijnde vliegveld, waar dagelijks grote aantallen vliegtuigen opstegen voor verkenningsvluchten en aanvallen op gronddoelen in bezet Nederland, kreeg code B77.

Generaal Christiansen, opperbevelhebber van het Duitse 25e leger.
Een Engelse Avro Anson.

Links een Engelse Auster Mk.I.
De piloten verbleven in tenten langs de rolbanen.
Fliegerhorst Gilze-Rijen, part VII