Het Brabantse dorp Oisterwijk
  en Operatie Market-Garden

Captain Hunters crew deel III

Op 26 December 1944, de dag na kerstmis, ontving mevr. Hunter uit Hasting, Minnesota een telegram van het Amerikaanse departement van oorlog waarin stond dat haar zoon Jim op 18 September tijdens een missie boven Holland was omgekomen. Eerder werd hij al als vermist opgegeven. Op 4 Mei 1945, drie dagen voordat de oorlog in Europa beeindigde, werd aan haar een Distinguished Flying Cross en postuum een Air Medal met één eiken blad voor haar zoon uitgereikt. Capt. Hunter ontving zijn eerste Air Medal al op 25 Juni 1944. De citatie bijbehorend bij de Distinguished Flying Cross vermelde “voor uitzonderlijke vaardigheden tijdens het uitoefenen van zijn vak als leidende piloot op vele missies over vijandelijk gebied. De uitstekende staat van dienst als piloot en zijn leiderschap waren de factoren voor het slagen van elk van zijn missies. Tijdens intens vijandelijk luchtafweer en ongunstige weersomstandigheden leidde Captain Hunter zijn groep succesvol tot aan de dropping van uiterst belangrijke voorraden tot aan het moment dat men getuige was van de crash en exploderen van zijn toestel. De toewijding, plicht, volharding en vasthoudendheid van Captain Hunter tijdens deze gelegenheid verdient de hoogste bewondering voor hem zelf en het leger van de verenigde staten van Amerika”. De Air Medal citatie vermeld in het deel "voor verdienstelijke prestaties in het uitmuntend uitvoeren van verschillende operationele missies over het bezette vijandelijke deel van Europa. De moed, koelheid en vaardigheid uitgevoerd door deze persoon tegenover vastbesloten vijandelijke oppositie droegen bij aan het succesvol afronden van deze missies. Zijn houding geeft blijk van groot respect voor zichzelf en de strijdkrachten van de Verenigde Staten”.

 

 

Een aantal maanden na de beëindiging van de oorlog in 1945 zijn de stoffelijke resten van de negen in Biezenmortel begraven slachtoffers overgeplaatst naar elders. Drie van hen werden op verzoek van hun familie overgebracht naar de Verenigde Staten om in hun thuis plaats herbegraven te worden.  Jim en de vijf anderen van zijn bemanning werden herbegraven op de Amerikaanse Militaire begraafplaats in Margraten waar 8.295 andere Amerikanen begraven liggen die hun leven lieten in Holland of vlak daar buiten. Captain James Hunter kan worden gevonden in sectie D, rij 21, graf 7. Zijn familie had overwogen om hem naar huis te halen maar nadat ze hoorden dat een jong meisje uit de omgeving zijn graf had geadopteerd bedachten zij zich. Elke Zondag ging het meisje op haar fiets naar de begraafplaats die 24 kilometer verder op lag om bloemen op het graf van Jim te leggen. Op 18 September 1996 werd door de inwoners van het aangrenzende dorp Udenhout een monument onthuld in de Maria kapel waarop de namen staan van de mannen die daar 52 jaar eerder hun leven lieten. Tot op heden worden deze negen mannen en Frank Di Palma gezien als hun bevrijders.

De Amerikaanse Militaire begraafplaats in Margraten
Capt. James K. Hunter,
piloot/gezagvoerder
1ste Lt. William H. Byrne, neusschutter
1ste Lt. John R. Granat, bommenrichter
1ste Lt. Harry B. Parker, navigator
Capt. Anthony Baird. Mitchell, co-piloot
T/Sgt. Cecil E. Hutson, boordtechnicus
Distinguished Flying Cross
Air Medal
De Maria kapel in Udenhout
Voor de geallieerde militairen omgekomen rond om Udenhout zijn twee monumenten geplaatst in de Marie kapel.
Het monument dat links hangt is voor de Hunter crew, het rechtse monument is voor drie engelse militairen gesneuveld op 28 Oktober 1944 en zeven bemanningsleden van Halifax III, MZ520 die in Biezenmortel op 17 Juni 1944 neerkwam.
Captain Hunters crew part III
Het wrak van de Liberator in ‘t Winkel.

Ingelijste foto’s van Capt. James K. Hunter and S/Sgt James Evers hangen sinds 2012 en 2016 naast hun herdenkingsmonumnet in de Maria Kapel in Udenhout.